Frans Molenaar behoeft geen introductie. Hij maakt
niet alleen haute couture, maar ontwerpt ook functionele
kleding voor man en vrouw. Zo ontwierp hij de uniformen
voor de Koninklijke Landmacht en de werkkleding voor
de Haagse vuilnismannen. Elk van zijn ontwerpen is
erop gericht het (mode)beeld van de man of vrouw te
accentueren. Vaak wordt dit beeld beïnvloed door
algemene trends in kleur en lijn waar de ontwerper
een eigen interpretatie aan geeft. Naast haute couture
maakt Frans Molenaar "haute verrerie", zoals
de titel luidt van het boek dat aan zijn glaskunst
is gewijd. Naast mode die naar eigen zeggen zijn 'hoofdmoot'
blijft, beoefent Molenaar al tien jaar lang deze kunstvorm,
waarin hij zijn creativiteit de vrije teugel laat.
In de loop der jaren heeft Frans Molenaar glascollecties
gemaakt bij de Glasfabrieken in Leerdam, bij Berengo
Fine Arts in Murano (Italië) en bij Neil Wilkin
Glassworks in Engeland. De collectie die nu in Museum
Jan van der Togt wordt tentoongesteld is tot stand
gekomen bij Van Tetterode in Amsterdam. Frans Molenaar:"Hier
werk ik samen met Richard Price, zelf een bekend glaskunstenaar.
Een ideale samenwerking, we begrijpen elkaar. Ik maak
een ruwe schets en zoek de kleuren uit. Ik blijf er
tijdens het hele werkproces bij en ben vooral alert
in de laatst fase, waarin nog veranderingen mogelijk
zijn. Het maken van een object duurt een uur à
een uur en een kwartier".
Over het verschil tussen het werken met glas en het
maken van mode zegt Molenaar: "Voor mij heeft
het één niets met het ander te maken.
Er is wel eens gesuggereerd dat mijn vazen omgekeerde
hoeden waren. Ik heb daar nog nooit aan gedacht. Wel
heb ik als beeldrijm het motief van een glasobject
eens terug laten komen in het dessin van een mode-creatie,
maar dat is dan ook het enige."
Een beeld van de werkwijze van Molenaar met een meester-glasblazer
geeft Markiri Mual in het volgende fragment van het
boek "Haute Verrerie": 'Molenaar betreedt
de werkplek zonder werktekeningen. Alleen het lege
papier en een paar viltstiften gaan mee. Ter plekke,
enkele meters van het vuur, krijgen zijn aanvankelijk
globale ideeën gestalte. Nadat de kleuren zijn
bepaald, tekent hij in luttele seconden de contouren
van het te blazen object en zet er de kleur bij en
de samenstelling van een eventueel tweede of derde
kleur.(…) Het glasblazen wordt wel eens als
een dans omschreven. De samenwerking tussen Frans
Molenaar en Neil Wilkin is geen menuet, maar een vrije
oefening waarbij de mogelijkheden van het glas worden
beproefd'. De tentoonstelling werd door Connie Palmen
op 16 oktober j.l. geopend.